Recentelijk kreeg de rechtbank Amsterdam de vraag voorgelegd of het voornemen van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een geregistreerde erkenning nietig te achten juist was. Het volgende was het geval. In 2013 werd een kind na zijn geboorte erkend door zijn biologische vader. Enige tijd nadien werd de echtscheiding van de vrouw en haar, tot dan toe nog echtgenoot, ingeschreven in het register van de burgerlijke stand.

De ambtenaar

Op enige moment in 2014 stuurde de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam de vrouw een brief. Hierin staat kort gezegd dat hij de erkenning door de biologische vader nietig acht, omdat zij alleen de Turkse nationaliteit heeft een zowel de biologische als juridische vader beiden en de Nederlandse en de Turkse nationaliteit hebben. Op grond van het Turkse recht blijft de ex-echtgenoot de juridische vader van een kind als het binnen 300 dagen na de echtscheiding is geboren. Het gevolg van dit alles is, dat de ambtenaar van plan is de achternaam van het kind te veranderen in dat van de ex-echtgenoot.

De moeder

De moeder is het hier niet mee eens en vraagt aan de rechtbank om de oorspronkelijke erkenning alsnog gegrond te verklaren. Dit omdat zij al geruime tijd met de biologisch vader samenleefde en uit die relatie het kind is geboren.

De bijzonder curator

De rechtbank stelde vervolgens een bijzonder curator aan die er van overtuigd is dat de biologische vader ook de vader van het kind is. Onder meer de fysieke kenmerken, een moedervlek op dezelfde plaats, onderschrijft deze stelling. Niettemin moet de curator vaststellen dat, naar Turkse recht, de ex-echtgenoot de juridisch vader is.

Omdat naar Turks recht alleen de juridische vader in een procedure kan ontkennen de vader te zijn, moet het verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk worden verklaard. Wel oordeelt de bijzonder curator dat het in het belang van het kind is dat hij het vaderschap alsnog moet kunnen ontkennen. Bij wijze van zelfstandig verzoek heeft de bijzondere curator de rechtbank dan ook gevraagd om de ontkenning van de verwantschap tussen de juridische vader en het kind alsnog uit te spreken.

Het uiteindelijke oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat deze zaak naar Turks recht beoordeelt moet worden. Hoewel de vrouw niet-ontvankelijk zou kunnen worden geacht in haar verzoek, omdat naar Turks recht zij geen procedure tot ontkenning kan opstarten, kan het Turks recht op onderdelen opzij worden gezet als dat strijdigheid met de openbare orde oplevert (artikel 10:6 BW).

Omdat voor de Nederlandse wet man en vrouw gelijk zijn, is ieder (buitenlandse) bepaling die daar haaks op staat in strijd met de openbare orde. Wel moet er dan sprake zijn van een voldoende sterke betrokkenheid met de Nederlandse rechtsorde. Dat is het geval nu de moeder, het kind en de biologische vader hier wonen en samenleven. De moeder wordt dan ook ontvangen in haar verzoek. 

Omdat naar Turkse recht de vrouw geen bewijs hoeft te leveren wie de verwekker is, als zij gescheiden leefde van haar (toenmalige) echtgenoot, hoeft zij geen aanvullend bewijs te leveren wie de vader is. Dat was namelijk niet tussen partijen in geschil. Het verzoek van de vrouw wordt dan ook toegewezen.